De Europese Unie voorspelt een demografische ‘bom’ in de lidstaten, waarbij de bevolking zal afnemen tot 432 miljoen tegen 2070. Tegelijkertijd neemt het aandeel ouderen snel toe, waardoor de kosten van pensioenen stijgen. In landen als Duitsland worden financieringstekorten op de staatsbegroting aangevuld om de pensioenen te kunnen dekken. Italië besteedt momenteel het meeste aan pensioenen in Europa, terwijl Griekenland en Spanje ook grote uitdagingen op dit gebied hebben.
In Zweden en de Baltische landen worden pensioenen alleen betaald op basis van wat aan premies wordt betaald, wat kan resulteren in lagere pensioenuitkeringen. In veel Europese landen hebben pensioensystemen hybride vormen die verschillende elementen combineren. Sommige landen koppelen de pensioenleeftijd aan de levensverwachting, zoals Denemarken en Nederland.
Portugal past de pensioengrens aan op basis van de stijging van de levensverwachting, terwijl sommige landen zoals Frankrijk de verhoging van de pensioenleeftijd om politieke redenen uitstellen. De pensioenen in Europa bedragen gemiddeld ongeveer 61% van het salaris, maar er zijn grote verschillen tussen de landen. Aanvullende en particuliere pensioenen spelen een belangrijke rol in het compenseren van de lage pensioenuitkeringen en het handhaven van een goede levensstandaard na pensionering.





























































