Spanje wordt momenteel geconfronteerd met massale demonstraties van honderdduizenden mensen in 40 steden tegen de woningcrisis. Deze protesten zijn gericht op de huurprijzen en het gebrek aan betaalbare woningen in het land, dat ondanks een snellere economische groei in Europa nog steeds kampt met ernstige huisvestingsproblemen. De toeristische explosie heeft het tekort aan woningen verergerd, aangezien veel huizen worden omgezet in toeristische accommodaties.
De centrum-linkse regering van Spanje probeert een balans te vinden tussen het aantrekken van toeristen en immigranten om banen te creëren en tegelijkertijd betaalbare huurprijzen voor Spaanse burgers te handhaven. In Madrid alleen al marcheerden meer dan 150.000 mensen om hun recht op fatsoenlijke huisvesting op te eisen. De gemiddelde huurprijzen zijn verdubbeld en de huizenprijzen zijn de afgelopen tien jaar met 44% gestegen, wat veel hoger is dan de loongroei.
Veel inwoners klagen dat ze gedwongen worden hun huizen te verlaten ten gunste van toeristische accommodaties. Het aanbod van huurwoningen is na de pandemie van 2020 met de helft afgenomen. De bestaande regelgeving ontmoedigt langetermijnverhuur, waardoor verhuurders de voorkeur geven aan toeristen of buitenlanders voor kortstondige verhuur.
Spanje ontving in 2024 een recordaantal van 94 miljoen toeristen, wat het woningtekort verder heeft vergroot. Slechts ongeveer 120.000 nieuwe huizen worden jaarlijks gebouwd, een zesde van de niveaus vóór de financiële crisis van 2008. Dit intense gebrek aan aanbod heeft het probleem van de woningcrisis verergerd, zelfs buiten de stadscentra.
Het is duidelijk dat de woningcrisis in Spanje een urgent probleem is dat de aandacht trekt van honderdduizenden mensen die protesteren voor betaalbare huisvesting. De regering zal moeten zoeken naar oplossingen om een evenwicht te vinden tussen het toerisme en de huisvestingsbehoeften van de eigen burgers.