De Hongaarse premier Viktor Orbán heeft gedreigd de elektriciteitsleveringen aan Oekraïne op te schorten zolang Kiev de doorvoer van Russische olie via de Druzhba-pijpleiding blijft blokkeren. Hij benadrukte dat Oekraïne een groot deel van zijn elektriciteit uit Hongarije haalt en riep de Oekraïense regering op om te stoppen met het aanwakkeren van onrust in Hongarije.
Sinds eind januari wordt er geen Russische olie meer aan Hongarije geleverd via de Druzhba-pijpleiding, wat ernstige problemen veroorzaakt voor zowel de Hongaarse als de Slowaakse economie. Als reactie hierop hebben Hongarije en Slowakije aangekondigd dat zij de brandstofleveringen aan Oekraïne opschorten. Orbán beschuldigt de regering van Volodymyr Zelenski ervan zijn nederlaag te zoeken door de verwarmingskosten voor Hongaren te verhogen en de leveringen van Russische olie te blokkeren.
Orbán beweert zonder bewijs dat de oppositiepartij Tisza “gefinancierd wordt door Oekraïne” en beschuldigt Kiev van het sluiten van een geheime deal met de Europese Unie en Duitsland om deze partij omver te werpen. De rechtse Tisza-partij, onder leiding van Peter Magyar, lijkt volgens peilingen een voorsprong te hebben op Fidesz, de partij van Orbán.
Orbán heeft zich standvastig verzet tegen het beleid van de EU met betrekking tot de Russische oorlog tegen Oekraïne in 2022 en heeft de houding van Brussel omschreven als ‘oorlogvoerend’. Zijn uitspraken volgen op de oprichting van de ‘vredesraad’ van de Amerikaanse president Donald Trump, waarin Hongarije en Bulgarije als enige EU-lidstaten deelnemen. Het lijkt erop dat het bewind van Orbán voor het eerst in zestien jaar serieus bedreigd wordt door de opkomst van de Tisza-partij.




























































