China heeft recentelijk maatregelen genomen om een einde te maken aan het gebruik van lege appartementen als opslagplaats voor de as van overleden familieleden. De regering heeft deze praktijk verboden, aangezien het goedkoper is dan het betalen voor graven, die erg duur zijn in het land. De vastgoedprijzen in China zijn de afgelopen jaren met maar liefst 40% gedaald, waardoor het voor veel families aantrekkelijker is om de as van hun dierbaren in lege appartementen te bewaren.
De wetgeving verbiedt het specifiek gebruik van woningen voor het plaatsen van as, en het begraven van stoffelijke resten buiten begraafplaatsen of gebieden waar ecologisch begraven is toegestaan. De lege appartementen worden vaak door de familieleden omgebouwd tot uitvaartzalen, waar de as van de overledenen wordt bewaard en de ruimte wordt omgetoverd tot een voorouderlijke tempel.
Chinese media melden dat deze appartementen vaak te herkennen zijn aan gesloten gordijnen of afgesloten ramen. Ondertussen zijn de posities op begraafplaatsen beperkt en worden ze alleen aangeboden op basis van tijdelijke huurovereenkomsten die elke twintig jaar moeten worden verlengd. De prijzen voor een plek op een begraafplaats in Beijing variëren van ongeveer 10.000 yuan tot 200.000 yuan, terwijl de prijs voor een tombe met grafsteen begint bij 150.000 yuan en kan oplopen tot 300.000 yuan.
Het gebruik van lege appartementen als opslagplaats voor as mag dan goedkoper zijn dan traditionele begrafenispraktijken, de Chinese regering heeft besloten om hier een einde aan te maken om de respectvolle behandeling van overledenen te waarborgen en de regels rondom begrafenissen te handhaven.





























































