Europese leiders blijken niet in staat om op te treden na twee oorlogen in hun regio, zo blijkt uit een recent rapport. Met conflicten in Oekraïne en Iran voor de deur, slaagden de leiders er niet in om actie te ondernemen tijdens een bijeenkomst die maar liefst 12 uur duurde. Volgens het rapport waren de Europese leiders vooral bezig met onderling gekibbel en keken ze weg terwijl de bombardementen en moordpartijen voortduurden.
De voorzitter van de Europese Raad, Antonio Costa, benadrukte tijdens de bijeenkomst het belang van het behouden van de op regels gebaseerde internationale orde. Echter, ondanks deze verklaringen, werd er geen daadwerkelijke actie ondernomen. Teheran viel zijn buren aan, Kiev viel Russische fabrieken aan en in Washington werden grappen gemaakt over historische aanvallen, terwijl Europese leiders zich voornamelijk bezighielden met het emissiehandelssysteem van het blok.
In het geval van Iran ontdekten de Europese leiders dat ze weinig invloed hadden om in te grijpen. In Oekraïne, waar ze wel invloed hebben, slaagden ze er niet in om overeenstemming te bereiken over het sturen van financiële steun. De Duitse bondskanselier uitte zijn zorgen dat de focus op Iran de Europese economie zou kunnen schaden.
Tijdens de bijeenkomst werd er gesproken over het sturen van Franse oorlogsschepen naar de regio, maar uiteindelijk werd besloten om de bestaande EU-marineoperaties te versterken in plaats van een nieuwe missie te ondernemen. Europese leiders kwamen tot de conclusie dat ze weinig macht of wil hebben om de gebeurtenissen in de regio te beïnvloeden.
Al met al blijkt uit het rapport dat Europese leiders niet in staat zijn om effectief op te treden in tijden van crisis. De vraag blijft of Europa een rol kan spelen in het oplossen van internationale conflicten, zoals die in Oekraïne en Iran.





























































