De inflatie in de eurozone steeg in februari onverwacht naar 1,9% op jaarbasis, wat hoger was dan de voorspelling van 1,7% die economen hadden gemaakt. Dit betekent een stijging van 0,2 procentpunt ten opzichte van januari. Ondanks deze stijging blijft de index voor de tweede maand op rij onder de middellangetermijndoelstelling van 2% van de Europese Centrale Bank, wat voor het eerst sinds april 2021 is.
De cijfers kwamen naar buiten voordat het escalerende conflict in het Midden-Oosten de gas- en olieprijzen deed stijgen, wat zorgen veroorzaakte over een mogelijke nieuwe golf van druk op de inflatie. Er wordt algemeen verwacht dat de ECB, die op 19 maart opnieuw bijeenkomt, de beleidsrente voor de zesde keer op rij ongewijzigd zal laten op 2%.
De hoofdeconoom van de bank, Philip Lane, waarschuwde echter dat langdurige verstoringen van de energievoorziening vanuit het Midden-Oosten een “significante stijging” van de inflatie en een “scherpe vertraging” van de economische activiteit zouden kunnen veroorzaken. Hij verzekerde echter dat de bank de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten houdt.
De kerninflatie, exclusief voedsel en energie, steeg van 2,2% naar 2,4%, terwijl de dienstenindex, die de binnenlandse prijsdruk weergeeft, versnelde van 3,2% naar 3,4% en ruim boven de doelstelling van de ECB bleef. Dit laat zien dat de inflatiedruk in de eurozone aanwezig blijft en dat de ECB alert moet blijven op verdere ontwikkelingen in de komende maanden.





























































