De inflatie in de eurozone zal naar alle waarschijnlijkheid binnenkort de 2% overschrijden als gevolg van de dreigende stijging van de energiekosten door de toenemende onzekerheid over de oorlog in Iran. Volgens een voorlopige schatting van het Europese statistiekbureau Eurostat is de prijsdruk in de eurozone in februari onverwacht sterk gestegen, met een inflatie van 1,9% ten opzichte van een jaar eerder. De deskundigen hadden voor februari een gemiddelde inflatie voorspeld tussen 1,7% en 1,8%, terwijl de gemiddelde inflatie in januari nog op 1,7% zat.
Voor de Europese Centrale Bank (ECB) is er nu een nieuwe fase van onzekerheid aangebroken, wat heeft geleid tot speculatie over een renteverhoging. Een langdurige oorlog in het Midden-Oosten verhoogt volgens de ECB het risico op een inflatiepiek in de eurozone. Hoofdeconoom Philip Lane van de ECB heeft aangegeven dat de omvang van de scherpe stijging vooral zal afhangen van de duur van het conflict.
Een opvallende bevinding is de verdere stijging van de inflatie in de dienstensector, die is gestegen van 3,2% naar 3,4%. Energie daarentegen werd 3,2% goedkoper op jaarbasis, na een daling van 4,0% in januari. Lane waarschuwt echter dat stijgende energieprijzen de neiging hebben inflatiedruk uit te oefenen, vooral op korte termijn, wat ook een negatief effect kan hebben op de economie van de eurozone.
Analyses van de ECB tonen aan dat een aanhoudende stijging van de olieprijzen de inflatie met 0,5 procentpunt zou kunnen verhogen en de groei met 0,1 procentpunt zou kunnen afremmen. Economen hadden al gewaarschuwd dat een langdurige oorlog in het Midden-Oosten de consumentenprijzen dramatisch zou kunnen beïnvloeden, met een mogelijke stijging van de inflatie in de eurozone tot bijna 3%.
Op dit moment blijven de markten verwachten dat de belangrijkste depositorente van de ECB, die momenteel op 2% staat, het hele jaar ongewijzigd zal blijven. Het monetair beleid wordt als grotendeels ineffectief beschouwd tegen prijsschommelingen op korte termijn. Het is belangrijk dat de ECB de kortetermijnschommelingen in verband met energieprijzen over het hoofd blijft zien, zolang de inflatieverwachtingen op lange termijn niet worden beïnvloed en er geen secundaire effecten optreden.





























































