Een recent VN-rapport heeft geconcludeerd dat een Israëlische luchtaanval op een gevangenis in Iran vorig jaar een oorlogsmisdaad was. Het hoofd van het onderzoeksteam waarschuwde voor de risico’s van verdere repressie na aanhoudende Amerikaans-Israëlische bombardementen. Bij de aanval op de Evin-gevangenis in Teheran kwamen meer dan zeventig mensen om het leven. De gevangenis, waar politieke gevangenen worden vastgehouden, werd ook beschadigd tijdens recente luchtaanvallen, wat de angst onder de gevangenen heeft verhoogd.
Sara Hossein, voorzitter van de VN-Mensenrechtenraad, verklaarde dat de luchtaanvallen op de gevangenis doelbewust gericht waren op een civiel doelwit en daarmee een oorlogsmisdaad vormden. Het rapport, gebaseerd op interviews met slachtoffers en getuigen, satellietbeelden en andere documenten, werd maandag aan de Raad gepresenteerd.
Israël heeft zich teruggetrokken uit de Raad, die misstanden registreert en onderzoeken uitvoert. Tot nu toe is er geen reactie gekomen op verzoeken om commentaar van het kantoor van de premier, het ministerie van Buitenlandse Zaken of het leger. Mai Sato, de VN-mensenrechtendeskundige in Iran, uitte ook zijn bezorgdheid over de situatie van gedetineerden, met name degenen die gearresteerd werden tijdens massaprotesten.
De ambassadeur van Iran, Ali Bahrein, heeft opgeroepen tot veroordeling van de Amerikaans-Israëlische aanvallen, waarbij meer dan 1.300 mensen in Iran zouden zijn omgekomen. Het rapport benadrukt de urgentie van het voorkomen van verdere escalatie en het belang van het respecteren van mensenrechten, zelfs in tijden van conflict. Het is nu aan de internationale gemeenschap om actie te ondernemen en gerechtigheid te waarborgen voor de slachtoffers van deze tragische gebeurtenis.





























































