Het plan voor de toekomstige Europese jager hangt in de lucht, aangezien Dassault en Airbus vechten om leiderschap in het programma. De volgende generatie straaljagers van Frankrijk en Duitsland zou in gevaar kunnen komen, aangezien er geschillen zijn tussen de bedrijven die belast zijn met de bouw ervan. Dassault Aviation uit Frankrijk heeft aangegeven dat de defensietak van Airbus, die Duitsland en Spanje vertegenwoordigt, moet samenwerken om het programma ter waarde van 100 miljard euro te redden. CEO Eric Trappier van Dassault benadrukte dat als Airbus blijft weigeren om samen te werken, het hele project in gevaar zou zijn.
Trappier beweerde dat Dassault de gekozen leider was voor het programma en dat zij ervoor zouden zorgen dat het contract werd nagekomen. Hij betwistte ook de bewering van de Duitse bondskanselier dat het vliegtuig niet voldeed aan de behoeften van Duitsland. Er zijn onenigheden tussen de twee bedrijven over hoe de werkzaamheden aan de vliegtuigonderdelen verdeeld moeten worden in het kader van het Future Combat Air System (FCAS).
Het ambitieuze plan voor de toekomstige Europese jager, dat bijna negen jaar geleden werd aangekondigd, omvat autonome drones en een gevechtscommunicatiewolk. Echter, de vooruitgang verloopt traag en dit weerspiegelt het onvermogen van Europa om effectief samen te werken op defensiegebied. Frankrijk, Duitsland en Spanje zullen binnenkort beslissen of ze doorgaan naar de volgende fase van het programma of dat ze het vliegtuig zullen verlaten.
Er zijn zelfs voorstellen geweest om Duitsland uit het programma terug te trekken en te kiezen voor het concurrerende Britse Global Combat Aircraft Program (GCAP), ook bekend als Tempest. Dit programma, ontwikkeld in samenwerking met Italië en Japan, zal naar verwachting vijf jaar eerder vliegen dan FCAS, in 2035. De toekomst van de Europese jager blijft dus onzeker door de strijd om leiderschap tussen Dassault en Airbus.





























































