Een recente ontdekking van een enorme en goed bewaarde verzameling fossielen in China heeft onze kijk op de evolutie van het leven op aarde drastisch veranderd. Tot nu toe werd aangenomen dat complex leven plotseling tot bloei kwam tijdens de Cambrische explosie, ongeveer 541 tot 513 miljoen jaar geleden. Deze periode wordt beschouwd als het moment waarop de meeste diergroepen voor het eerst verschenen, samen met een diversiteit aan evolutionaire ‘experimenten’.
Echter, de nieuwe fossielenvindplaats in de provincie Yunnan, bekend als de Jiangchuan-fauna, heeft aangetoond dat dierengemeenschappen uit het Cambrium niet plotseling verschenen zoals eerder werd gedacht. Tegen het einde van de Ediacaran-periode, tussen 554 en 537 miljoen jaar geleden, hadden deze dierengemeenschappen al duidelijke fundamenten en overgangsvormen.
Onderzoekers hebben bilateraal symmetrische dieren ontdekt, waaronder twee nieuwe soorten deuterostomen, die aangeven dat deze groep destijds al divers was. Daarnaast zijn er fossielen gevonden die lijken op Cambroerniden en het Cambrische Margaretia-organisme, wat onze kijk op de evolutie van diversiteit aan dieren verandert.
De meest voorkomende fossielen tonen dieren die vastgehecht waren aan de zeebodem en structuren hadden om zich te voeden. Deze fossielen vertonen basiskenmerken die we ook bij moderne dieren zien, maar met een andere lichaamsbouw. De plotselinge verschijning van moderne dierlichaamstypes in vroege Cambrische fossielen blijft een blijvende puzzel voor de paleontologie.
De ontdekking van complexe dierlijke fossielen in lagen vóór het Cambrium is een grote vooruitgang voor de paleontologie en kan ons begrip van de vroege evolutie van dieren veranderen. Deze nieuwe bevindingen vernietigen dus wat we eerder geloofden over de evolutie van het leven op aarde en dagen ons uit om ons begrip van de Cambrische explosie en de oorsprong van diverse diergroepen te heroverwegen.





























































