Iran heeft vandaag ontkend dat het militaire hulp heeft geboden aan de Houthi-rebellen in Jemen, die verantwoordelijkheid hebben genomen voor het lanceren van een raket op het gebied van de belangrijkste internationale luchthaven van Israël, Ben Gurion Airport. Volgens het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken was de actie van de Jemenieten een onafhankelijke beslissing genomen uit solidariteit met de Palestijnen in Gaza.
Iran steunt de Houthi-rebellen, die grote delen van Jemen controleren sinds het uitbreken van de oorlog in 2014. Dit heeft geleid tot spanningen tussen Iran en Israël, waar de Israëlische premier Benjamin Netanyahu heeft gedreigd met vergelding tegen zowel de Houthi-rebellen als Iran vanwege hun steun aan de rebellen.
In reactie op deze dreigementen heeft Iran aangegeven dat het vastbesloten is om zichzelf te verdedigen tegen elke vorm van aanval op zijn territorium. De Amerikaanse president Donald Trump en zijn regering hebben ook de druk op Iran opgevoerd vanwege hun steun aan de Houthi-rebellen.
De aanval op Ben Gurion Airport heeft geleid tot een onderbreking van het luchtverkeer gedurende een korte periode en heeft lichte verwondingen veroorzaakt bij zes mensen, volgens de Israëlische autoriteiten. Deze gebeurtenis heeft de al bestaande spanningen in de regio verder verergerd.
De verklaringen en acties van alle betrokken partijen laten zien hoe fragiel de situatie in het Midden-Oosten is en hoe snel conflicten kunnen escaleren. Het is belangrijk voor alle partijen om de dialoog open te houden en te streven naar vreedzame oplossingen voor de spanningen in de regio. Alleen op die manier kan verdere escalatie en conflict worden voorkomen.






























































