Drie voormalige paramilitairen in Guatemala zijn veroordeeld voor het verkrachten van zes vrouwen tijdens de burgeroorlog in de jaren tachtig. De rechtbank in Guatemala heeft hen elk veroordeeld tot 40 jaar gevangenisstraf voor hun misdaden tegen de menselijkheid.
Deze veroordeling weerspiegelt de gruwelijkheden die plaatsvonden tijdens de burgeroorlog, waarbij het leger en paramilitairen seksueel geweld gebruikten als een oorlogswapen om inheemse gemeenschappen te controleren en onderwerpen. De slachtoffers behoorden tot de stam van ATSI, die tot de Maya-etniciteit behoort.
De drie veroordeelde mannen waren lid van de patrouilles van politieke zelfverdediging die waren opgezet door het leger om linkse rebellen te bestrijden. Ze werden schuldig bevonden aan misdaden gepleegd tussen 1981 en 1983 en kregen elk een gevangenisstraf van 40 jaar opgelegd.
Een van de beklaagden, Pedro Sanchez, beweerde onschuldig te zijn, maar de slachtoffers getuigden van het leed dat ze hadden doorstaan. Dit proces was niet alleen een veroordeling van de daders, maar ook een erkenning van het leed van de slachtoffers.
Dit is niet het eerste proces waarbij voormalige militairen zijn veroordeeld voor verkrachting tijdens de burgeroorlog. Een groep van 36 slachtoffers diende tussen 2011 en 2015 beroepen in tegen voormalige militaire en legermedewerkers. In 2022 werden vijf voormalige paramilitairen veroordeeld tot 30 jaar gevangenisstraf voor verkrachting.
Het vonnis tegen voormalig dictator Efrain Rios Montt, die in 2013 werd veroordeeld tot 80 jaar gevangenisstraf voor genocide, werd later geannuleerd en er werd een nieuw proces bevolen. De generaal overleed in 2018 op 91-jarige leeftijd.
Deze veroordelingen markeren een stap in de richting van gerechtigheid voor de slachtoffers van seksueel geweld tijdens de burgeroorlog in Guatemala. Het is een belangrijke stap om de misdaden uit het verleden aan het licht te brengen en de daders verantwoordelijk te houden voor hun daden.






























































