Aartsbisschop Damianos staat voor een uitdaging met opstandige monniken die hem hebben opgeroepen om te stoppen. Volgens hen heeft hij verschillende overtredingen begaan, waaronder het ondersteunen van wetgeving zonder de goedkeuring van de broederschap, systematische afwezigheid in het klooster, betrokkenheid van derden bij de administratie, financiële wanbeheer en het verlenen van rechten aan buitenlandse universiteiten zonder goedkeuring. Deze beschuldigingen worden gedetailleerd uiteengezet in een memo dat als “extreem vertrouwelijk” wordt beschouwd.
De aartsbisschop reageert hierop door te verklaren dat de Griekse gerechtigheid zal beslissen over de waarheid van de beschuldigingen en dat alle compensatie die voortvloeit uit rechtszaken zal worden geschonken aan het Sinaï-klooster. Hij biedt ook zijn excuses aan voor eventuele schade die is veroorzaakt en vraagt God om vergeving voor de betrokkenen.
De kwestie draait ook om de wettigheid van de bijeenkomst van de Algemene Vergadering zonder de goedkeuring van de aartsbisschop. Er is onenigheid over het aantal leden en de geldigheid van registraties, wat tot verdere spanningen leidt.
Het conflict tussen Damianos en de opstandige monniken werpt een schaduw over het Sinaï-klooster en roept vragen op over de integriteit en het beheer van de kerk. Het is nu aan de Griekse rechtbanken om te bepalen wat de waarheid is en rechtvaardigheid te laten zegevieren.