Meer dan zesduizend Zuid-Soedanese vluchtelingen verlaten een kamp in Kenia vanwege een gebrek aan voedsel. Het kamp, gelegen in het noordwesten van Kenia, huisvest 300.000 mensen uit verschillende landen, waaronder Zuid-Soedan, Somalië, Oeganda en Burundi. Door bezuinigingen op internationale hulpverlening zijn de voedseltekorten verergerd, waardoor de vluchtelingen gedwongen worden om het kamp te verlaten.
Het is moeilijk voor humanitaire organisaties om aan de behoeften van de vluchtelingen te voldoen. Demonstraties en rellen braken uit vanwege de vermindering van de voedselrantsoenen als gevolg van bezuinigingen door internationale donoren, waaronder de Verenigde Staten. Zuid-Soedan zelf kampt met extreme armoede en instabiliteit, waardoor veel inwoners gedwongen zijn om de grens over te steken en vluchtelingen te worden.
Sinds januari hebben ongeveer 6.200 Zuid-Soedanese vluchtelingen het kamp verlaten. Voornamelijk vrouwen en kinderen verlieten het kamp tussen juli en augustus, wat meer dan de helft van alle vertrekken dit jaar vertegenwoordigt. Hoewel deze bewegingen aangeven dat er een trend gaande is, kan het vertrek niet aan één enkele factor worden toegeschreven.
Het Wereldvoedselprogramma begon de voedselrantsoenen te verminderen, waardoor sommige vluchtelingen zich zorgen maken over de voedselhulp die ze ontvangen. Als er niet snel meer middelen worden gemobiliseerd, zullen meer vluchtelingen gedwongen worden om ondenkbare keuzes te maken: ofwel honger lijden in de kampen of terugkeren naar fragiele situaties in hun thuisland. De situatie benadrukt het belang van internationale samenwerking en hulp om de humanitaire crisis aan te pakken.