Astronomen hebben onlangs de oudste en ‘heetste’ cluster van sterrenstelsels in het heelal geïdentificeerd. Deze cluster, genaamd SPT2349-56, bestaat uit meer dan 30 sterrenstelsels die samengepropt zijn in een volume van slechts 500.000 lichtjaar in doorsnee. Wat deze ontdekking nog opmerkelijker maakt, is dat deze cluster slechts 1,4 miljard jaar na de oerknal is waargenomen, en bij een temperatuur die alle bekende regels tart.
De bevinding, gepubliceerd in het tijdschrift Nature, is het resultaat van onderzoek met behulp van de ALMA-telescoop in Chili. Volgens Scott Chapman, een professor in de astronomie aan de Dalhousie Universiteit in Nova Scotia, Canada, toont deze ontdekking aan dat de cluster al vroeg in de kosmische geschiedenis enorme hoeveelheden energie ontving van drie nieuw ontdekte superzware zwarte gaten.
Clusters van sterrenstelsels zijn gevuld met een waas van heet gas, het interclustermedium genoemd. In de meeste clusters kan dit gas temperaturen bereiken van tientallen tot honderden miljoenen graden Celsius. Echter, de cluster SPT2349-56 heeft een interclustermedium dat minstens vijf keer heter is dan voorspeld, wat onze huidige modellen van clusterformatie en -opwarming in twijfel trekt.
De temperatuur van het interclustermedium in SPT2349-56 werd indirect gemeten via het Sunyaev-Zeldovich-effect, waarbij clusters van sterrenstelsels hun stempel drukken op de kosmische microgolfachtergrondstraling. Deze ontdekking wijst erop dat de cluster een unieke en zeer energieke omgeving is, waarin sterren met een snelheid van vijfduizend keer hoger dan in onze Melkweg worden gevormd.
Wat deze cluster nog interessanter maakt, is het feit dat het zich al vroeg in de geschiedenis van het heelal heeft gevormd, terwijl eerdere ontdekte protoclusters nog niet volledig door zwaartekracht gebonden waren. Dit wijst erop dat onze modellen van clusterformatie en -opwarming mogelijk onvolledig zijn.
Samengevat laat de ontdekking van de oudste en ‘heetste’ cluster van sterrenstelsels in het heelal ons opnieuw beseffen hoe weinig we nog begrijpen van het vroege universum en hoe het zich heeft ontwikkeld. Deze bevinding opent nieuwe vragen en uitdagingen voor astronomen en wetenschappers om ons begrip van het heelal verder te verdiepen.





























































