Spanje heeft onlangs voorgesteld om een gemeenschappelijk Europees leger op te richten als afschrikmiddel, zoals aangegeven door de Spaanse minister van Buitenlandse Zaken Jose Manuel Albarez. Hij benadrukte dat de Europese Unie zich moet concentreren op het bundelen van haar materiële hulpbronnen om de defensie-industrie op de juiste manier te integreren. Albarez gelooft dat een gezamenlijke inspanning effectiever zou zijn dan 27 afzonderlijke nationale legers.
De discussie over de bereidheid van Europese burgers om militair gemobiliseerd te worden is volgens Albarez een legitiem debat. Hij schat echter dat de kansen op het opbouwen van een kritische massa groter zijn op het niveau van de Europese coalitie dan op nationaal niveau. De Spaanse minister benadrukte dat een gezamenlijk Europees leger niet bedoeld is om de NAVO te vervangen, maar om te laten zien dat Europa zich niet militair of economisch laat dwingen.
Deze voorstellen kwamen naar voren voorafgaand aan een buitengewone bijeenkomst van EU-leiders in Brussel, waar een gezamenlijke reactie werd gecoördineerd op de dreigementen van de Amerikaanse president Donald Trump om Groenland te kopen of te annexeren. Hoewel Trump later zijn dreigementen introk na gesprekken met de NAVO-secretaris-generaal, blijft de Spaanse regering vasthouden aan het idee van een gezamenlijk Europees leger.
Het idee van een gemeenschappelijk Europees leger dateert al uit 1951, toen het werd voorgesteld om de Sovjet-Unie tegen te gaan en de herbewapening van Duitsland in toom te houden. Ondanks eerdere weerstand in het Franse parlement, gelooft Albarez dat het nu aan zijn generatie is om deze taak te voltooien en Europa te versterken op defensiegebied. Het idee van Europese coördinatie op militair gebied blijft dus actueel en relevant in deze tijd van geopolitieke spanningen.




























































