De Oekraïense skeletatleet, Vladislav Herasjkevitsj, werd uitgesloten van verdere deelname aan de Olympische Winterspelen door het Internationaal Olympisch Comité. Hij wilde concurreren met een helm ter ere van de oorlogsslachtoffers in Oekraïne, maar het IOC weigerde zijn voorstel te accepteren. In plaats daarvan werd hem voorgesteld om een zwarte armband te dragen als compromis, maar ook dit weigerde hij.
Na herhaalde discussies en ontmoetingen met vertegenwoordigers van de Commissie, waaronder IOC-voorzitter Kirsty Coventry, bleef Herasjkevitsj vasthouden aan zijn wens om zijn medeatleten te eren met de herdenkingshelm. Het IOC benadrukte dat het zijn intentie was om de atleet te laten concurreren op een respectvolle manier, maar dat het belangrijk was dat de regels werden nageleefd.
Herasjkevitsj mocht de helm wel tonen tijdens trainingen en direct na de wedstrijd in de mixed zone, maar ook hier stemde hij niet mee in. Hij verontschuldigde zich publiekelijk bij het IOC voor de ontstane situatie en benadrukte dat hij geen schandaal wilde veroorzaken. Zowel hij als het Oekraïense Olympisch Comité waren van mening dat de helm niet in strijd was met enige regelgeving.
Het conflict tussen Herasjkevitsj en het IOC leidde tot zijn uitsluiting van verdere deelname aan de Olympische Winterspelen. De atleet betreurde de situatie en beschuldigde het IOC van het creëren van een controverse door hun interpretatie van de regels. Het incident toonde aan hoe gevoelig kwesties van zelfexpressie en herdenking kunnen zijn in de context van een internationaal sportevenement.



























































