Gisteren vonden er Israëlische aanvallen plaats in de Bekavallei in Libanon, waarbij minstens tien mensen werden gedood en vijftig anderen gewond raakten. Deze aanvallen behoren tot de dodelijkste die de afgelopen weken in Oost-Libanon zijn gemeld en brengen de fragiele wapenstilstand tussen Israël en Hezbollah in gevaar. Het Israëlische leger kondigde aan dat het Hezbollah-posities in de Baalbek-regio had aangevallen.
De Israëlische strijdkrachten (IDF) meldden dat ze commandocentra van Hezbollah in het Baalbek-district, gelegen in de Bekavallei in Oost-Libanon, hadden geraakt. Onder de doden bevond zich een hoge Hezbollah-functionaris. Tot nu toe heeft Hezbollah nog niet gereageerd op de aanvallen.
Naast de aanvallen op Hezbollah-posities, heeft het Israëlische leger ook een commandocentrum van Hamas in het Palestijnse vluchtelingenkamp Ain al-Hilweh nabij Sidon in Zuid-Libanon aangevallen, waarbij twee mensen om het leven kwamen. Hamas heeft de aanval veroordeeld en de Israëlische beweringen over de doelwitten betwist, met de claim dat de getroffen faciliteit toebehoorde aan de veiligheidstroepen van het kamp.
Deze recente escalatie van geweld tussen Israël en Hezbollah en Hamas in Libanon is zorgwekkend en kan de toch al gespannen situatie in de regio verder doen escaleren. Het is belangrijk dat alle partijen terughoudendheid tonen en streven naar een vreedzame oplossing voor het conflict. Het is te hopen dat verdere escalatie van het geweld kan worden voorkomen en dat er ruimte is voor diplomatieke oplossingen om de vrede en stabiliteit in Libanon te herstellen.




























































