Sinds het begin van het jaar zijn er minstens 841 mensen geëxecuteerd in Iran, zo meldt de VN. Dit hoge aantal executies is zorgwekkend en wijst op het systematische gebruik van de doodstraf als een vorm van intimidatie door de staat. In juli alleen al werden er 110 mensen geëxecuteerd, meer dan twee keer zoveel als in dezelfde periode vorig jaar. Deze toename van executies in Iran is verontrustend en heeft een onevenredige focus op etnische minderheden en immigranten.
Het VN-kantoor voor de Mensenrechten heeft ook openbare executies in Iran gedocumenteerd, met 7 gevallen sinds het begin van het jaar. Het gebruik van openbare executies voegt een extra laag van schending van de menselijke waardigheid toe, niet alleen voor de geëxecuteerden, maar ook voor de omstanders, waaronder kinderen. Het psychologische trauma van het bijwonen van een openbare executie is onaanvaardbaar.
Volgens Ravina Samdasani van de VN worden momenteel 11 mensen in Iran geconfronteerd met “dreigende executie”, waarvan 6 beschuldigd worden van “gewapende opstand” en 5 ter dood veroordeeld zijn voor hun betrokkenheid bij gebeurtenissen uit 2022. De VN benadrukt dat de doodstraf onverenigbaar is met het recht op leven en menselijke waardigheid.
Het VN-kantoor voor de Mensenrechten roept de Iraanse regering op om de doodstraf niet toe te passen op deze personen en anderen die op de doodswacht zitten. Het is belangrijk om de mensenrechten te respecteren en te beschermen, en de doodstraf is een schending van deze fundamentele rechten. Er moet actie worden ondernomen om het gebruik van de doodstraf in Iran te stoppen en te streven naar gerechtigheid en respect voor alle individuen.