Bij nieuwe Iraanse aanvallen in Noord-Irak zijn negen Koerdische strijders om het leven gekomen. De aanvallen vonden plaats in de buurt van Sulaymaniyah en werden uitgevoerd met drones en raketten. De Komala-partij, waartoe de slachtoffers behoorden, veroordeelde de aanvallen als laf.
Naast de negen doden raakten ook twee mensen gewond bij de bombardementen. Een ander kamp van de Komala-partij werd ook aangevallen, waarbij twee leden gewond raakten. Daarnaast werd een wapendepot van Koerdische rebellen geraakt door een raket in de autonome regio Koerdistan van Irak.
De Iraakse regio Koerdistan, waar Amerikaanse militaire bases zijn gevestigd, is al sinds het uitbreken van de oorlog in het Midden-Oosten het doelwit van aanvallen. Ondanks een staakt-het-vuren dat in april werd afgekondigd, blijven Iraanse troepen zich richten op verbannen Koerdische oppositietroepen die zij beschuldigen van het dienen van Amerikaanse en/of Israëlische belangen.
De recente aanvallen zijn de dodelijkste sinds het staakt-het-vuren werd afgekondigd. De veiligheidstroepen van Iraaks Koerdistan hebben gemeld dat de door de VS geleide internationale anti-jihadistische coalitie acht drones heeft onderschept boven de regio, waarbij geen slachtoffers of schade vielen.
De autoriteiten van de autonome regio reageerden krachtig op de aanvallen, waarbij het presidentschap van Iraaks Koerdistan de schending van de nationale soevereiniteit van Irak veroordeelde en eiste dat Iran een einde zou maken aan de escalatie. De situatie in Noord-Irak blijft gespannen door de voortdurende aanvallen en dreiging van verdere escalatie.





























































