Politici hebben tegenwoordig een nieuwe zorg: de informatie die chatbots produceren wanneer kiezers vragen stellen over kandidaten. Dustin Lloyd, een Democratische kandidaat in de voorverkiezingen van het Missouri State House, ontdekte hoe hij de antwoorden van chatbots voor zijn verkiezingscampagne kon beïnvloeden. Toen kiezers bijvoorbeeld vroegen naar Lloyd, kregen ze alleen basisinformatie te zien die niet zijn topprioriteit van het ondersteunen van kleine bedrijven benadrukte.
Om deze ongunstige informatie te veranderen, versterkte Lloyd zijn online aanwezigheid door een vraag-en-antwoordgedeelte over zichzelf en zijn politieke standpunten op zijn campagnewebsite te plaatsen. Deze aanpassing leidde ertoe dat de chatbots zijn persoonlijke achtergrond begonnen te koppelen aan zijn steun voor kleine bedrijven.
De opkomst van kunstmatige intelligentie heeft geleid tot de ontwikkeling van Answer Engine Optimization (AEO), een praktijk die lijkt op Search Engine Optimization (SEO), maar gericht is op het beïnvloeden van chatbotreacties. Politici worden nu aangemoedigd om hun officiële websites bij te werken, Wikipedia-pagina’s te verbeteren en andere openbare informatiebronnen te verrijken om de reacties van chatbots positief te beïnvloeden.
Er zijn echter ook risico’s verbonden aan deze praktijk. Naast onvolledige informatie bestaat het gevaar van het verspreiden van valse informatie door chatbots. Desinformatiegroepen en buitenlandse regeringen zouden deze technologie kunnen gebruiken om verkiezingen te beïnvloeden.
Ondanks deze risico’s blijven steeds meer kiezers AI gebruiken voor politieke informatie. Bedrijven zoals Caucus AI schatten dat miljoenen kiezers al verkiezingsinformatie ontvangen via chatbots of AI-reacties op zoekmachines. Het is duidelijk dat politici nu niet alleen moeten vechten om de gunst van kiezers, maar ook om de algoritmen van kunstmatige intelligentie.





























































