Pablo Picasso’s meesterwerk ‘Guernica’ staat centraal in een hevig geschil in Spanje, waarbij de Basken willen dat de regering in Madrid het schilderij naar hun regio verplaatst. Het schilderij, dat sinds 1992 te zien is in het Reina Sofia museum in Madrid, is het resultaat van het bombardement op de Baskische stad Guernica tijdens de Spaanse Burgeroorlog. Het verzoek om het schilderij naar Baskenland te verplaatsen werd gedaan door het hoofd van de regionale Baskische regering tijdens gesprekken met premier Pedro Sanchez.
De Baskische regering wil dat het schilderij in het Guggenheim Museum in Bilbao wordt tentoongesteld ter gelegenheid van de negentigste verjaardag van het bombardement op Guernica. Premier Sanchez heeft het voorstel niet direct afgewezen, maar heeft het doorverwezen naar het ministerie van Cultuur. Het museum heeft echter aangegeven dat het schilderij te kwetsbaar is om te verplaatsen vanwege de risico’s van trillingen tijdens het transport.
‘Guernica’ is een iconisch zwart-wit meesterwerk van Picasso dat ontstond na het bombardement op de stad. Het schilderij werd voor het eerst tentoongesteld op de Wereldtentoonstelling in Parijs en kwam later onder de hoede van het Museum of Modern Art in New York. Picasso bepaalde destijds dat het schilderij niet naar Spanje mocht terugkeren voordat de democratie was hersteld.
In 1981, zes jaar na de dood van Franco, werd het schilderij overgebracht naar Spanje en tentoongesteld in het Prado-museum voordat het naar het Reina Sofia museum werd verplaatst. In 1995 weigerden de Spaanse autoriteiten het uit te lenen aan het Centre Pompidou in Parijs vanwege de mogelijke schade tijdens het transport. Het blijft dus een punt van discussie of ‘Guernica’ verplaatst moet worden naar Baskenland of dat het in Madrid moet blijven als vlaggenschip van het Reina Sofia museum.





























































