Spanning op de Westelijke Jordaanoever: branden van moskeeën en huizen in een Palestijns dorp
Op de Westelijke Jordaanoever hebben Israëlische kolonisten ‘s nachts een moskee in een Palestijns dorp in brand gestoken, samen met twee huizen en een zuivelfabriek. De aanvallen van kolonisten op Palestijnse gemeenschappen op de bezette Westelijke Jordaanoever zijn toegenomen sinds het begin van de Gaza-oorlog en zijn de laatste tijd vrijwel dagelijks geworden. Ongeveer twintig kolonisten vielen de Al Taqwa-moskee in het dorp Al Tuwani aan en staken deze in brand, samen met de omliggende gebouwen.
AFP-beelden tonen de ingang en uitgebrande ramen van de moskee, waar ook een deel van een gebedskleed verbrand was. De Israëlische politie heeft troepen naar het dorp gestuurd en een onderzoek naar de omstandigheden van het incident ingesteld. Volgens Palestijnse functionarissen arriveerde het Israëlische leger, de politie en de brandweer ongeveer een half uur na de aanval ter plaatse.
De aanval vond plaats voor de ogen van het Israëlische leger, aangezien er een observatiepost van het Israëlische leger in de buurt van de moskee was gevestigd. Het Palestijnse Ministerie van Religieuze Zaken noemde het een ‘regelmatige terreurdaad’ en beschuldigde de ‘extremistische bezettingsregering’ van Israël ervan het geweld van kolonisten aan te moedigen om Palestijnen te verdrijven.
Het Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Zaken van de Verenigde Naties (OCHA) meldde dat het Israëlische kolonistengeweld op de Westelijke Jordaanoever een “ongekend” niveau heeft bereikt, met gemiddeld zes aanvallen per dag waarbij slachtoffers en materiële schade ontstaan. Op de Westelijke Jordaanoever wonen ongeveer drie miljoen Palestijnen naast ruim 500.000 Israëli’s die in nederzettingen wonen die volgens het internationaal recht als illegaal worden beschouwd.






























































