De voorzitter van het Europees Parlement, Roberta Metsola, opende de plenaire zitting in Brussel met een minuut stilte ter nagedachtenis aan de slachtoffers van terrorisme, tien jaar na de terroristische aanslag in Brussel. Ze bevestigde haar inzet voor de strijd tegen radicalisme, haat en extremisme. Metsola sprak ook over de moord op Quentin Derank in Frankrijk en benadrukte dat het Parlement contact had opgenomen met zijn familie om te voorkomen dat zijn dood politiek zou worden uitgebuit.
Verder herinnerde Metsola de leden van het Europees Parlement eraan dat 25 maart de Internationale Dag van Solidariteit met Wit-Rusland is, een symbool van verzet tegen de onderdrukkende dictatuur. Ze benadrukte de steun van het Parlement aan alle Wit-Russen die strijden voor een vrij en democratisch land.
Met betrekking tot de situatie in het Midden-Oosten veroordeelde Metsola de onderdrukking door het Iraanse regime en de aanvallen op burgers in de regio. Ze bedankte de lidstaten en hun bondgenoten voor hun hulp bij de evacuatie van Europese burgers en benadrukte dat het Parlement zal blijven aandringen op de-escalatie, dialoog en respect voor internationaal recht.
Metsola veroordeelde ook recente antisemitische aanvallen in de EU en wereldwijd en benadrukte de steun van het Parlement aan Joodse gemeenschappen. Ze bracht hulde aan Lionel Jospin, voormalig premier van Frankrijk, voor zijn geloof in een sterk Europa en zijn werk voor sociale en maatschappelijke hervormingen.
De voorzitter sloot haar toespraak af door de tiende verjaardag van de terroristische aanslagen in Brussel te herdenken en op te roepen tot een minuut stilte ter nagedachtenis van de slachtoffers. Metsola benadrukte opnieuw de strijd tegen radicalisering, haat en extremisme.





























































