In de afgelopen zes weken heeft Donald Trump een reeks ‘successen’ geboekt in Iran, vooral in de context van de Straat van Hormuz. Hij begon met het verklaren dat het doel was om de Straat volledig open te stellen, terwijl Iran al relatief betrokken was bij het staakt-het-vuren. Dit werd echter gepresenteerd als een groot succes, terwijl de Straat al open was en goed functioneerde met dagelijkse scheepvaart.
Vervolgens besloot Trump samen met Benjamin Netanyahu tot een oorlog die de Straat van Hormuz sloot. Dit resulteerde in een situatie waarin Iran nu de schakelaar in handen heeft en de Straat niet langer een zeeroute is, maar eerder een drukhendel die de wereldeconomie kan bevriezen. Dit had het tegenovergestelde effect van het beperken van de macht van Teheran, aangezien Iran nu een verbeterde versie van zijn positie heeft.
Trump heeft ook geprobeerd om ‘regimeverandering’ in beeld te brengen, maar zijn aanpak lijkt niet effectief te zijn. Het is opmerkelijk dat hij eerst beweerde dat de regimeverandering was bereikt, terwijl het eigenlijke doel niet was om het regime omver te werpen. Hierdoor is Iran overgegaan van vader Khamenei naar de zoon, wat heeft geleid tot een nog tirannieker regime dat het Iraanse volk terroriseert.
De situatie met het nucleaire programma van Iran is ook onduidelijk, aangezien het eerst werd geëlimineerd en vervolgens als een ‘imminente dreiging’ werd beschouwd. Dit heeft bijgedragen aan de complexiteit van de situatie in Iran, die nu ook gevolgen heeft voor Libanon.
Na zes weken oorlog zijn de verwachtingen van een mogelijke oplossing voor het probleem dat niet bestond (Hormuz) niet waargemaakt. De olieprijzen zijn gestegen, het Iraanse regime is sterker geworden, Libanon verandert in Gaza en de wereldgemeenschap betaalt de prijs. Trump lijkt zelf ook niet te weten wat hij precies wil bereiken in Iran, wat de situatie nog ingewikkelder maakt.



























































