Oeganda heeft besloten om zijn grenzen met Congo te sluiten vanwege de uitbraak van het zeldzame Ebola-virus, ondanks de aanbevelingen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). De specifieke maatregel werd genomen vanwege de angst voor de overdracht van het nieuwe virus genaamd “Bundibugyo”, waarvoor nog geen bevestigde medicijnen of vaccins beschikbaar zijn. Oegandese gezondheidswerkers zijn blootgesteld aan het virus door Congolese patiënten die de grens waren overgestoken voordat de uitbraak werd uitgeroepen op 15 mei. De grens tussen Oeganda en Congo zal alleen worden overgestoken in noodsituaties, zoals voor de aanpak van de epidemie, het vervoer van goederen of om veiligheidsredenen.
Hoewel de WHO erkent dat de buurlanden van Congo een hoog risico lopen op besmetting, heeft zij niet aangedrongen op grenssluitingen. Het sluiten van grenzen kan het verkeer naar niet-officiële grensovergangen aanmoedigen, waardoor de kans op verspreiding van ziekten wordt vergroot. Het opsporen en isoleren van Ebola-contacten wordt gezien als de sleutel tot het stoppen van de verspreiding van de ziekte, die zich meestal manifesteert als hemorragische koorts. Het aantal vermoedelijke gevallen in Oost-Congo nadert de 1.000, met minstens 220 vermoedelijke sterfgevallen.
De CEO van de WHO heeft opgeroepen tot een staakt-het-vuren voor veilige toegang van medische teams in de regio. Aanvallen op gezondheidsfaciliteiten maken het moeilijk om gevallen en hun contacten te traceren. Reactieteams in Congo hebben aangegeven dat ze niet goed zijn uitgerust voor deze uitbraak en inwoners hebben verschillende klinieken aangevallen uit angst voor buitenlanders. De situatie blijft zorgwekkend en er is een dringende behoefte aan internationale samenwerking en ondersteuning om de verspreiding van het Ebola-virus te stoppen.




























































