De Hongaarse politie heeft aangekondigd dat er geen reden is om de Pride-mars in Boedapest dit jaar te verbieden. De mars, gepland voor 27 juni, zal doorgaan zoals gepland, nadat de organisatoren de autoriteiten hadden geïnformeerd over hun voornemen. Dit besluit markeert een keerpunt ten opzichte van het beleid van de voormalige premier Viktor Orbán, die de mars vorig jaar verbood.
De nieuwe premier Peter Magyaar, die in april het bewind van Orbán beëindigde, heeft herhaaldelijk zijn steun uitgesproken voor gelijkheid en vrijheid van vergadering. Hoewel hij zich in eerste instantie vaag leek op te stellen over LGBTQI+-rechten tijdens zijn verkiezingscampagne, heeft hij sinds zijn verkiezing benadrukt dat Hongarije een land moet zijn waar niemand wordt gestigmatiseerd vanwege zijn liefde op een andere manier.
Hoewel Magyaar nog geen duidelijk standpunt heeft ingenomen over de Pride-mars, heeft de politie aangekondigd dat er “beperkende” maatregelen zullen worden genomen voor drie tegendemonstraties die op afstand van de mars zullen plaatsvinden. In maart 2025 namen meer dan 200.000 mensen deel aan de mars in Boedapest, als reactie op de onderdrukking van LGBTI+-rechten onder Orbán.
Het Hof van Justitie van de Europese Unie oordeelde vorige maand dat de wetgeving uit 2021, die gewijzigd was in 2025 om Pride-marsen te verbieden, in strijd is met het recht van de Europese Unie. Deelnemers aan de mars riskeerden boetes, maar de politie heeft hen niet vervolgd. De burgemeester van Boedapest werd echter voor de rechtbank gedaagd vanwege zijn besluit om de mars door te laten gaan, waarbij de aanklager een boete eiste.
Al met al lijkt het erop dat de Pride-mars in Boedapest dit jaar kan plaatsvinden zonder verbod, ondanks eerdere tegenstand en onderdrukking. De steun van de nieuwe premier voor gelijkheid en vrijheid van vergadering is een positieve stap voor de LGBTQI+-gemeenschap in Hongarije.





























































