De Franse premier Sébastien Lecorny heeft tijdens een persconferentie de crisis in het Midden-Oosten besproken en verklaard dat “deze oorlog zal duren”, en dat er geen “terugkeer naar de normaliteit” wordt verwacht vóór een periode “tussen zomer en herfst”. Hij benadrukte dat ondanks de energiecrisis hij het land “in bedrijf” wil houden en de Fransen die werken wil steunen. Daarom kondigde hij nieuwe steunmaatregelen ter waarde van 710 miljoen euro aan. Een van deze maatregelen is de verhoging van de belastingvrije “werkgeversbrandstofvergoeding” van 300 naar 600 euro voor werknemers.
Lecorny verklaarde ook dat hij elke algemene en zonder onderscheid toegepaste verlaging van de brandstofbelasting weigert, omdat er geen fiscale manoeuvreerruimte is, vooral nu de daling van het brandstofverbruik heeft geleid tot een ineenstorting van de belastinginkomsten.
Ondanks zijn inzet voor het land en de steunmaatregelen die hij heeft aangekondigd, ziet Lecorny zijn populariteit afnemen. Volgens een onderzoek van Odoxa-Backbone heeft 39% van de Fransen een positieve mening over hem, wat vier punten minder is dan toen hij in september 2025 aantrad. Gael Slimane, voorzitter van het Odoxa-instituut, beschrijft Lecorny als een politicus die tamelijk eerlijk is, maar weinig in staat is om concrete actie te ondernemen. Hij wordt omschreven als iemand die achterop raakt in de race om het centrum in 2027 op te volgen.
De situatie in het Midden-Oosten blijft dus zorgwekkend en onzeker, en het lijkt erop dat de crisis daar nog lange tijd zal voortduren. Het is moeilijk te voorspellen wanneer er een “terugkeer naar de normaliteit” zal zijn, maar Lecorny blijft zich inzetten voor het land en voor de Fransen die werken, ondanks de uitdagingen die voor hem liggen.




























































