Een federale rechter heeft het compensatiefonds opgericht door de regering-Trump tijdelijk bevroren, nadat het ministerie van Justitie aankondigde dat er ongeveer 1,8 miljard dollar beschikbaar zou worden gesteld voor slachtoffers van politieke vervolgingen, waaronder de aanval op het Capitool op 6 januari 2021. Deze beslissing leidde tot verzet van zowel Democraten als enkele Republikeinse politici.
Verschillende partijen, waaronder een voormalige federale aanklager en politieagenten die in het Congres dienen, hebben zich verzet tegen de oprichting van het fonds. Rechter Leonie Brinkema heeft gedeeltelijk gelijk gegeven aan de tegenstanders en heeft de regering verboden om geld uit het fonds te gebruiken totdat er een definitieve beslissing is genomen. Een nieuwe hoorzitting is gepland voor 12 juni, waarbij de bevriezing mogelijk wordt verlengd.
Het fonds werd opgericht na een schikking tussen het ministerie van Justitie en de president Trump en zijn twee oudste zonen, waarbij zij belastingimmuniteit kregen en een schadevergoeding van 10 miljard dollar eisten. Nadat Trump gratie verleende aan een groot aantal mensen die veroordeeld waren voor de aanval op het Capitool, hebben 35 voormalige federale rechters om heropening van de zaak gevraagd.
De uitspraak van de rechter wordt gezien als een overwinning voor transparantie en de rechtsstaat. Skye Perryman, hoofd van Democracy Forward, een anti-Trump-groep die het fonds heeft aangeklaagd, benadrukt dat geen enkele regering het recht heeft om publiek geld te besteden aan een politiek premieprogramma. De definitieve beslissing over het compensatiefonds zal pas na de hoorzitting op 12 juni worden genomen.





























































