De oorlog in Oekraïne heeft een verwoestende tol geëist, zo blijkt uit een recent rapport van het Center for Strategic and International Studies (CSIS) in Washington. Volgens dit rapport zijn er sinds het begin van de Russische invasie meer dan twee miljoen soldaten gedood of gewond geraakt. De meeste van deze slachtoffers zijn aan Russische zijde gevallen, met naar schatting 1,4 miljoen doden en gewonden. Aan Oekraïense kant zijn de verliezen ook aanzienlijk, met tussen de 125.000 en 150.000 doden.
Het rapport benadrukt dat het moeilijk is om de exacte cijfers te bevestigen, omdat Rusland zijn verliezen systematisch zou onderschatten en Oekraïne geen officiële cijfers vrijgeeft. De schattingen zijn gebaseerd op gegevens van Amerikaanse en Britse agentschappen en andere onafhankelijke bronnen.
Ondanks de enorme verliezen blijft de Russische opmars traag verlopen. Russische troepen rukken soms op met een snelheid van minder dan 50 meter per dag. In 2026 boekte Oekraïne voor het eerst sinds 2023 terreinwinst, voornamelijk aan het zuidfront.
Analisten wijzen erop dat de Russische territoriale invloed in Oekraïne is afgenomen in het voorjaar van 2026. De Russische strijdkrachten hebben meer grondgebied verloren dan veroverd, met een nettoverlies van ongeveer 400 vierkante kilometer.
Ondanks de moeilijkheden heeft Rusland nog steeds een numeriek voordeel op het slagveld, met ruim 400.000 troepen tegenover ongeveer 250.000 Oekraïense troepen. Rusland heeft zijn troepen op peil weten te houden door middel van dienstplicht, financiële prikkels voor vrijwilligers en de rekrutering van gevangenen en burgers.
Het rapport vermeldt ook dat Noord-Koreaanse soldaten zijn ingezet om de Russische operaties in de Koersk-regio te versterken in de jaren 2024 en 2025. De oorlog in Oekraïne blijft dus een complex en verwoestend conflict, met enorme menselijke kosten aan beide zijden.





























































