Een recente studie van de Universiteit van Kyoto heeft een interessant verband gelegd tussen ruimteweer en aardbevingen. Het onderzoek richt zich op hoe activiteit hoog boven de aarde subtiel processen in de aardkorst kan beïnvloeden. Het model dat de onderzoekers hebben ontwikkeld, kijkt naar veranderingen in de ionosfeer die mogelijk extra elektrische krachten kunnen uitoefenen op al kwetsbare gebieden van de aardkorst, wat kan bijdragen aan het ontstaan van grote aardbevingen.
Het belang van deze studie ligt in het feit dat het geen voorspellingen doet over aardbevingen, maar eerder een fysiek pad beschrijft dat begint met intense zonneactiviteit, zoals zonnevlammen, die de verdeling van geladen deeltjes hoog boven de aarde kunnen veranderen. Deze veranderingen zijn meetbaar en beïnvloeden onder andere de manier waarop satellietnavigatiesignalen door de atmosfeer reizen.
Het model richt zich specifiek op zones van gebroken gesteente in de aardkorst die water kunnen vasthouden bij extreme temperaturen en drukken, waardoor een superkritische toestand kan ontstaan. Onder deze omstandigheden wordt het beschadigde gebied beschouwd als elektrisch actief en fungeert het als een condensator die verbonden is met zowel het grondoppervlak als de lagere ionosfeer via capacitieve koppeling.
Tijdens sterke zonnegebeurtenissen kan de elektronendichtheid in de ionosfeer toenemen en leiden tot verbeterde elektrische velden in microscopische holtes van gebroken gesteenten in de aardkorst. Deze elektrostatische krachten kunnen druk uitoefenen op scheuren en breuken, wat van invloed kan zijn op de manier waarop aardbevingen ontstaan en evolueren.
Het model suggereert dat ionosferische verstoringen als gevolg van zonnevlammen elektrostatische drukken kunnen creëren die vergelijkbaar zijn met andere krachten die de breukstabiliteit beïnvloeden, zoals getijden- en zwaartekrachtspanningen. Deze bevindingen bieden een nieuw perspectief op de interactie tussen ruimteweer en seismische processen, zonder directe causaliteit aan te nemen.
De studie benadrukt dat recente grote aardbevingen in Japan in overeenstemming kunnen zijn met het voorgestelde mechanisme, hoewel het geen direct bewijs levert voor een causaal verband. Door het combineren van concepten uit plasmafysica, atmosferische wetenschap en geofysica, kan het monitoren van ionosferische omstandigheden helpen bij het verbeteren van het wetenschappelijk inzicht in aardbevingsmechanismen en seismische gevaren. Toekomstig onderzoek zal zich richten op het gebruik van geavanceerde technologieën om dit verband verder te onderzoeken.



























































