Op 4 juni 1989 vond het bloedige optreden tegen de democratische beweging op het Tiananmenplein in Peking plaats. Na weken van vreedzame protesten waarin corruptie werd aangekaart en politieke hervormingen werden geëist, besloot de Chinese leiding hardhandig in te grijpen. Honderden, mogelijk zelfs duizenden mensen, werden gedood door Chinese troepen op het plein en in andere delen van de stad. Het Tiananmen-bloedbad blijft tot op de dag van vandaag een taboe onderwerp in China.
Senator Marco Rubio heeft zijn steun betuigd aan de slachtoffers van het bloedbad en heeft de censuur die daarop volgde aan de kaak gesteld. Hij benadrukte dat het verleden niet uitgewist kan worden en dat degenen die streden voor vrijheid van meningsuiting en vreedzame vergadering gerechtvaardigd zullen worden. Deze uitspraken hebben echter tot grote woede geleid bij de Chinese regering.
China beschuldigt Rubio ervan historische feiten te verdraaien en het politieke systeem van het land te belasteren. Mao Ning, een vertegenwoordiger van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken, heeft krachtig oppositie uitgesproken tegen de uitspraken van Rubio. Hij dringt er bij de Verenigde Staten op aan om China en het Chinese volk te respecteren en zich niet te mengen in de binnenlandse aangelegenheden van het land onder het mom van democratie en mensenrechten.
Destijds bestempelde de Chinese regering de Tiananmen-protesten als een “contrarevolutionaire opstand” die door een kleine minderheid met ongeoorloofde intenties werd georganiseerd. Het exacte aantal doden blijft tot op heden onbekend, met schattingen variërend van 330 tot enkele duizenden. Het Chinese Rode Kruis meldde destijds 2.700 doden, terwijl cijfers van ziekenhuizen wijzen op tussen de 400 en ruim 1.000 doden.
Het bloedbad op het Tiananmenplein blijft een pijnlijk hoofdstuk in de geschiedenis van China en een onderwerp dat nog altijd gevoelig ligt in het land. De reactie van de Chinese regering op de uitspraken van Rubio laat zien dat het thema nog altijd een gevoelige snaar raakt en dat de censuur en onderdrukking van deze gebeurtenis voortduurt.





























































