Ramiro Valdes, een belangrijke Cubaanse persoonlijkheid en naaste medewerker van de broers Fidel en Raoul Castro, is op 94-jarige leeftijd overleden. Zijn dood werd bekendgemaakt door de president van Cuba, die Valdes prees om zijn absolute loyaliteit aan de revolutie en zijn kameraden in de strijd. Valdes was een van de weinigen die in Cuba de titel van Commandant van de Revolutie ontving.
Samen met Raul Castro was Valdes een van de laatste overlevenden van de missie van “Granma” in 1956, die het begin van de Cubaanse revolutie markeerde. Tijdens de guerrillaoorlog tegen dictator Fulgencio Batista diende hij als onderbevelhebber van Che Guevara. Valdes was lid van de Cubaanse Communistische Partij en haar Politburo, en hij was minister van Binnenlandse Zaken. Hij richtte ook de staatsveiligheidsdienst G2 op.
Valdes droeg altijd zijn militaire uniform tijdens openbare optredens en steunde de laatste jaren van zijn leven de niet-Castro-president Miguel Díaz-Canel. Hoewel hij een jaar lang geen publieke optredens meer maakte, bleef zijn invloed in Cuba voortleven. Zijn dood markeert het einde van een tijdperk voor de Cubaanse revolutie en het Castro-regime. Ramiro Valdes zal herinnerd worden als een trouwe dienaar van de revolutie en een belangrijke figuur in de geschiedenis van Cuba.





























































