De verschrikkelijke aardbeving en tsunami die Japan in 2011 troffen, hebben het land niet alleen fysiek verwoest, maar ook letterlijk verplaatst naar het oosten, zo blijkt uit een nieuwe studie. Wetenschappers hebben ontdekt dat de aardbeving Tohoku-Oki met een kracht van 9 en de naschokken ervan een onbekend fenomeen hebben veroorzaakt dat enorme rotsmassa’s langs de breuklijn deed schuiven.
De seismische golven die door de aarde reisden en in de kern weerkaatsten, zorgden ervoor dat heel Japan ongeveer 5 tot 6 millimeter naar het oosten verschoof. Hoewel deze verplaatsing klein lijkt, was het gebied dat hierdoor werd getroffen enorm. De geactiveerde slip creëerde de grootste breukzone ooit geregistreerd in een enkele gebeurtenis, met een totale lengte vergelijkbaar met die van het vasteland van Japan.
De grondbeweging vond geleidelijk plaats over meerdere minuten, waardoor mensen het waarschijnlijk niet hebben opgemerkt. Ondanks de schijnbare onopvallendheid van deze verplaatsing, benadrukken de onderzoekers dat dit nieuwe seismische gevaar verder moet worden bestudeerd. De aardbeving van 2011 leidde tot de dood van ongeveer 20.000 mensen en het ongeval in de kerncentrale van Fukushima, wat resulteerde in de evacuatie van het gebied en 150.000 inwoners die hun huizen moesten verlaten.
De bevindingen van deze studie onthullen een nieuw inzicht in de complexe processen die plaatsvinden tijdens grote aardbevingen en benadrukken het belang van blijvend onderzoek naar seismische fenomenen om beter voorbereid te zijn op toekomstige rampen.





























































