Het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft onlangs de kwestie van het afschaffen van het unanimiteitsbeginsel bij stemmingen over buitenlands beleid en veiligheid binnen de Europese Unie aan de orde gesteld. Minister Johann Vandefoul benadrukte tijdens een persconferentie in Dublin dat in een democratie de meerderheidsregel de regel moet zijn, en unanimiteit de uitzondering. Hij pleitte ervoor om de regels van de democratie ook toe te passen binnen de EU, om zo Europa in staat te stellen effectiever actie te ondernemen.
De oproep van Vandeful komt op een cruciaal moment, na de recente verkiezingen in Hongarije waarbij Viktor Orbán werd verslagen. Orbán, die bekend stond als een vriend van Rusland, had de EU-stemmingen geblokkeerd gedurende zijn zestien jaar als leider van Hongarije. Vandeful benadrukte dat elke maand en zelfs elke week telt, en dat shutdowns zoals in het verleden niet langer acceptabel zijn in de huidige ernstige situatie.
Een belangrijk voorbeeld van de impact van het unanimiteitsbeginsel was de blokkade van een lening van 90 miljard euro aan Oekraïne door Hongarije eind maart. Pas nadat Hongarije zijn bezwaren introk, werden de EU-landen het eens over het vrijgeven van de lening en het opleggen van nieuwe sancties aan Rusland. Met de komst van de nieuwe winnaar van de Hongaarse verkiezingen, Peter Magyar, wordt verwacht dat Hongarije opnieuw een betrouwbare partner zal worden binnen de EU.
De discussie over het afschaffen van het unanimiteitsbeginsel bij EU-stemmingen over buitenlands beleid en veiligheid is dus actueler dan ooit. Het is essentieel voor de Europese Unie om effectief te kunnen handelen en snel beslissingen te kunnen nemen in een steeds veranderende geopolitieke omgeving. Het is nu aan de lidstaten om hierover in gesprek te gaan en tot een gezamenlijke beslissing te komen die de slagvaardigheid van de EU versterkt.





























































