Het mysterie van de kleine handjes van de grote vleesetende dinosaurussen lijkt eindelijk te zijn opgelost, dankzij een nieuwe studie uitgevoerd door onderzoekers van University College London en de University of Cambridge. Dinosaurussen zoals tyrannosauriërs, carnotaurus, spinosauriërs en velociraptors hadden kleine bovenste ledematen in verhouding tot hun grootte. Deze anatomische puzzel heeft paleontologen al lang beziggehouden, maar de nieuwe studie werpt hier meer licht op.
De studie, gepubliceerd in het tijdschrift Proceedings of the Royal Society B Biological Sciences, analyseerde gegevens van 82 soorten theropode dinosaurussen, een groep dinosaurussen die voornamelijk tweevoetig en vleesetend waren. Het krimpen van de voorpoten kwam voor bij vijf verschillende groepen, waaronder de tyrannosauriden, de familie waartoe de tyrannosauriërs behoorden.
Voor het onderzoek ontwikkelden de wetenschappers een nieuwe methode om de veerkracht van de schedel te meten op basis van verschillende factoren, zoals de verbinding tussen de botten van het hoofd, de afmetingen van de schedel en de bijtkracht. Hieruit bleek dat T.rex de hoogste score behaalde, gevolgd door Tyrannotitan, een theropode die bijna net zo groot was als T.rex.
De onderzoekers ontdekten ook dat de verkleining van de bovenste ledematen een sterkere relatie had met de duurzaamheid van de schedel dan met de grootte van de schedel of de totale lichaamsgrootte. Deze aanpassingen aan de bovenste ledematen kwamen vaak voor in gebieden waar gigantische prooien aanwezig waren, wat suggereert dat de evolutie van de kleine handjes mogelijk te maken had met een verandering in de jachtstrategie van deze dinosaurussen.
Het team concludeerde dat verschillende dinosaurussoorten waarschijnlijk hetzelfde evolutionaire resultaat, namelijk kleine bovenste ledematen, bereikten door verschillende evolutionaire mechanismen. Deze nieuwe inzichten werpen een nieuw licht op de evolutie van vleesetende dinosaurussen en helpen paleontologen beter te begrijpen hoe deze fascinerende wezens zich hebben aangepast aan hun omgeving.





























































