Artsen zonder Grenzen heeft gewaarschuwd voor een dreigende gezondheidsramp onder Zuid-Soedanese vluchtelingen in Ethiopië. Deze vluchtelingen zijn gevlucht voor het geweld in hun land, maar worden nu geconfronteerd met een cholera-epidemie en gevallen van acute en ernstige ondervoeding. De bloedige burgeroorlog in Zuid-Soedan tussen 2013 en 2018 heeft geleid tot de vlucht van duizenden mensen naar Ethiopië, waar ze nu worden opgevangen in de stad Matar, vlakbij de grens.
Door de toestroom van vluchtelingen zijn de lokale infrastructuur en medische voorzieningen overbelast geraakt. Artsen zonder Grenzen heeft al ongeveer 1.200 mensen behandeld voor cholera, wat in 10 tot 20% van de gevallen levensbedreigend kan zijn. Daarnaast zijn er ook veel gevallen van malaria en acute ondervoeding geconstateerd, vooral bij kinderen onder de vijf jaar.
De NGO heeft haar medische diensten verplaatst van Bourbaige naar Matar vanwege het aanhoudende geweld in Zuid-Soedan. Het conflict tussen het leger van Zuid-Soedan en oppositiegroepen heeft geleid tot meer dan 200 mensen met oorlogswonden die medische hulp nodig hadden. Artsen zonder Grenzen heeft opgeroepen tot een veilige humanitaire ruimte en bescherming voor burgers en hulpverleners in het gebied.
De internationale gemeenschap en donoren worden ook opgeroepen om hulp te bieden aan de Zuid-Soedanese vluchtelingen die zijn ontsnapt aan het geweld in hun land. De situatie in Ethiopië blijft zorgwekkend en er is dringend behoefte aan medische hulp en humanitaire steun om een grotere ramp te voorkomen. Artsen zonder Grenzen blijft zich inzetten voor de gezondheid en het welzijn van de vluchtelingen, ondanks de uitdagende omstandigheden waarin ze opereren.




























































