Twaalf vrouwen die onlangs door jihadisten in Nigeria zijn ontvoerd, zijn vrijgelaten. Een week na hun ontvoering in de staat Borno werden de twaalf jonge vrouwen zaterdagavond vrijgelaten, aldus een lokale functionaris die met AFP sprak. Deze vrijlating bracht een gevoel van opluchting, aangezien Nigeria sinds november te maken heeft met massale ontvoeringen, een praktijk die veel voorkwam na de ontvoering van bijna 300 schoolmeisjes in Chibok in 2014 door militanten van Boko Haram.
Abubakar Mazini, hoofd van de lokale overheid in de regio Askira-Uba, bevestigde de vrijlating van de twaalf vrouwen en vertelde dat ze voor medische behandeling naar een ziekenhuis waren gebracht. De ontvoerders namen contact op met de ouders, die vervolgens naar het bos gingen om hun dochters te zoeken.
De dertien jonge vrouwen, allemaal moslim en tussen de 16 en 23 jaar oud, werden ontvoerd in de buurt van hun boerderijen in een jihadistisch bolwerk. Eén van de vrouwen werd vrijgelaten nadat ze had verteld dat ze haar baby borstvoeding gaf. Volgens Mazini is er geen losgeld betaald voor de vrijlating van de vrouwen. De jihadisten zouden hen hebben vrijgelaten in een poging te ontsnappen aan de soldaten die in het gebied gestationeerd waren.
De staat Borno in het noordoosten van Nigeria wordt al sinds 2009 geteisterd door een jihadistische opstand, waarbij groeperingen als Boko Haram en de Islamitische Staat in West-Afrika dood en verderf zaaien. Dit heeft geleid tot het gedwongen vertrek van honderdduizenden inwoners, wat een humanitaire crisis in de regio heeft veroorzaakt.
De vrijlating van deze twaalf vrouwen is een lichtpuntje te midden van de voortdurende onrust en geweld in Nigeria. Het is te hopen dat er meer inspanningen zullen worden geleverd om een einde te maken aan de ontvoeringen en het lijden van onschuldige burgers in het land.






























































