In Turkije is er momenteel veel discussie gaande over de organisatie van activiteiten en evenementen op scholen tijdens de heilige maand Ramadan. Het Ministerie van Nationaal Onderwijs heeft een circulaire uitgebracht waarin wordt opgeroepen tot het inprenten van nationale en morele waarden bij studenten in het kader van Ramadan. De Turkse president, Recep Tayyip Erdogan, heeft deze circulaire verdedigd en benadrukt dat het in lijn is met de spirituele sfeer van de Ramadan.
Erdogan heeft zich openlijk uitgesproken over de kwestie en heeft de critici van het initiatief aangevallen. Hij stelt dat het leren over bidden en vasten, het maken van versieringen voor Ramadan en het zingen van hymnes tijdens de pauze geen reden tot zorg zouden moeten zijn. Volgens hem ligt het probleem bij de critici niet bij het secularisme, maar bij de heilige en spirituele waarden van het land.
De circulaire van het Ministerie van Onderwijs voorziet in activiteiten met de titel “Ramadan in het hart van het onderwijs”, waarbij onder andere schilderijen met een Ramadan-thema, dagboeken voor goede daden en educatieve bezoeken aan moskeeën worden georganiseerd. Deze activiteiten zullen op vrijwillige basis plaatsvinden en zijn bedoeld om nationale en morele waarden bij studenten in te prenten.
Deze acties hebben echter ook kritiek gekregen van verschillende maatschappelijke organisaties, die van mening zijn dat het in strijd is met het seculiere principe. Organisaties zoals TMMOB, TBB, DİSK, KESK en Eğitim-Sen hebben de circulaire veroordeeld en stellen dat het schadelijk kan zijn voor de seculiere staat.
Het debat over de organisatie van activiteiten op scholen tijdens de Ramadan blijft dus voortduren in Turkije, waarbij verschillende partijen hun standpunten blijven verdedigen en bekritiseren. Het is duidelijk dat deze kwestie een diepere discussie aanwakkert over de verhouding tussen religie, onderwijs en het seculiere karakter van de Turkse staat.






























































