Kan Cuba gered worden? De moeilijke perestrojka van Havana en de angst voor het ‘moederkapitalisme’
George M. Taber, voormalig economisch redacteur bij Time, introduceerde in de jaren tachtig de term ‘vriendjeskapitalisme’ om een nieuw economisch klimaat op de Filippijnen te beschrijven, waar dictator Ferdinand Marcos politieke trawanten beloonde met monopolies en privileges, wat resulteerde in stinkende corruptie. Deze term werd later bekend in de context van de Aziatische tijgercrisis in 1997 en de transformatie van Rusland naar oligarchisch kapitalisme.
Veel economen die zich bezighouden met Cuba’s zaken zijn van mening dat het eiland aan de vooravond staat van een soortgelijke ontwikkeling. De econoom Mauricio de Miranda voorspelt een overgang van bureaucratisch socialisme naar autoritair en erfelijk kapitalisme. Dit wordt geïllustreerd door de 176 hervormingen die het Cubaanse regime heeft aangekondigd in een wanhopige poging om de regering-Trump ervan te overtuigen het energie-embargo en andere sancties te beëindigen.
Hoewel sommige van deze hervormingen overeenkomen met voorstellen die Cubaanse economen al jaren verdedigen, zoals de bevrijding van de landbouw en het creëren van flexibelere kanalen voor buitenlandse investeringen, zijn er zorgen over de daadwerkelijke toepassing ervan. Vidal benadrukt dat de hervormingen slechts een poging lijken om tijd te winnen, zonder de politieke en institutionele implicaties volledig te accepteren.
Een van de meest opvallende maatregelen is Maatregel 17, die de transformatie van socialistische staatsbedrijven naar naamloze vennootschappen of kapitaalvennootschappen voorstelt. Deze maatregel zou vriendjeskapitalisme kunnen bevorderen, waarbij familieleden en vrienden van de machthebbers ‘aandeelhouders’ kunnen worden zonder transparantie over de herkomst van hun kapitaal.
Sommige critici, zoals advocaat Eloi Vieira, zien in Maatregel 17 een diepgaande transformatie van het Cubaanse economische model richting meer kapitalisme, maar zonder overeenkomstige politieke opening of mechanismen voor democratisering. Deze zorgen worden versterkt door de technische en administratieve zwakte van de Cubaanse regering om de hervormingen daadwerkelijk uit te voeren.
Michael Bustamante, hoogleraar geschiedenis aan de Florida International University, wijst op de mogelijke invloed van het Witte Huis achter deze hervormingen. Hij suggereert dat de directe verkoop van aandelen aan buitenlanders een ideaal scenario zou creëren voor de ‘zachte overname’ van het eiland, zoals gepromoot door Washington.
Al met al roept de vraag of Cuba gered kan worden veel vragen op over de toekomst van het eiland. Terwijl sommigen geloven dat de hervormingen economisch belangrijk zijn en al lang geleden hadden moeten worden doorgevoerd, zijn anderen van mening dat ze geen oplossing bieden voor de fundamentele politieke problemen waarmee Cuba wordt geconfronteerd. De tijd zal leren of Cuba daadwerkelijk gered kan worden en welke impact deze hervormingen zullen hebben op het eiland en zijn bevolking.





























































