Amerikaanse oliemaatschappijen profiteren van oorlog door de stijging van energieprijzen. De Amerikaanse president Donald Trump beloofde zijn kiezers lage energieprijzen en promootte de slogan “Drill, Baby, Drill”. Echter, de prijzen van ruwe olie zijn sinds zijn aantreden gestegen, mede door de spanningen in het Midden-Oosten, met name de oorlog in Iran en de vergeldingsmaatregelen van Teheran tegen de energie-infrastructuur van de Golfstaten.
De Amerikaanse oliemaatschappijen hebben de regering-Trump gewaarschuwd dat de voortdurende sluiting van de Straat van Hormuz door Iran de mondiale energiecrisis zal verergeren. Ondanks de stijgende prijzen van ruwe olie, is de olieproductie in de VS zelf gestegen van vijf miljoen vaten per dag sinds eind 2008 naar onlangs 13,7 miljoen vaten per dag, dankzij de frackingtechnologie.
Grote Amerikaanse oliemaatschappijen zoals ExxonMobil en Chevron hebben aanzienlijk geprofiteerd van de stijgende energieprijzen. De stijgende olieprijzen hebben geleid tot een nieuwe investeringscyclus waarbij olieproducenten hun budgetten verhogen om hun reserves aan te vullen. Dit heeft geleid tot een stijging van de aandelen van oliemaatschappijen en een toename in investeringen in de olie-industrie.
De dienstverlenende bedrijven die diensten verlenen aan olie- en gasproducenten zijn ook grote winnaars van deze nieuwe investeringscyclus. De orderboeken van oliedienstenbedrijven worden gevuld met miljarden van oliemaatschappijen die hun investeringen verhogen. De olie-industrie bereidt zich voor op herstel, wat blijkt uit geplande fusies en investeringen in de sector.
Al met al kunnen we concluderen dat Amerikaanse oliemaatschappijen profiteren van oorlog door de stijgende energieprijzen en de nieuwe investeringscyclus die daaruit voortkomt. Dit laat zien hoe geopolitieke spanningen invloed hebben op de energiemarkt en hoe oliemaatschappijen daarvan kunnen profiteren.






























































