De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft onlangs de vele aanvallen op gezondheidsfaciliteiten in Iran veroordeeld. Sinds het begin van de oorlog zijn er ernstige schade en aanvallen gemeld op verschillende gezondheidsinstellingen, waaronder het Pasteur Instituut in Teheran. Dit instituut, dat al meer dan een eeuw actief is op het gebied van medisch onderzoek, kan momenteel zijn zorgactiviteiten niet voortzetten als gevolg van de aanvallen.
De productie van vaccins en sera in Iran gaat desondanks door, ondanks de schade die is aangericht door de aanvallen. Een van de grootste farmaceutische bedrijven van het land werd ook getroffen door Amerikaans-Israëlische aanvallen, waardoor de productie van belangrijke medicijnen zoals kankermedicijnen en anesthetica werd belemmerd.
Naast het Pasteur Instituut werden ook andere gezondheidsfaciliteiten aangevallen, waaronder het psychiatrisch ziekenhuis Delaram Sina en een laser- en plasmaonderzoekscentrum aan de Shahid Beheshti Universiteit in Teheran. Deze aanvallen worden beschouwd als oorlogsmisdaden en schenden de Conventie van Genève die gezondheidsfaciliteiten beschermt tijdens conflicten.
In totaal zijn er 307 gezondheids-, medische en spoedeisende hulpfaciliteiten beschadigd geraakt tijdens de oorlog die begon met aanvallen van Israël en de Verenigde Staten. De WHO benadrukt het belang van het respecteren van de internationale wetten die de bescherming van gezondheidsfaciliteiten tijdens oorlogen waarborgen. Het is van cruciaal belang dat deze aanvallen stoppen om de toegang tot medische zorg voor de bevolking te waarborgen en verdere humanitaire crises te voorkomen.






























































