Volgens de maandelijkse enquête van de Europese Centrale Bank (ECB) zijn de inflatieverwachtingen in de eurozone in maart gestegen. De ECB verwacht dat de prijzen in de komende twaalf maanden met 4% zullen stijgen, wat een aanzienlijke toename is ten opzichte van de 2,5% die in februari werd verwacht.
De inflatieverwachtingen voor een horizon van drie jaar zijn ook verhoogd, van 2,5% naar 3,0%. Dit ligt net onder het hoogtepunt van 3,1% dat eerder werd bereikt tijdens de grote prijsstijging in oktober 2022. Voor de vijfjarige periode zijn de schattingen licht gestegen van 2,3% naar 2,4%, waardoor de inflatie verder afwijkt van de ECB’s doelstelling van 2% op de middellange termijn.
De ECB is vooral geïnteresseerd in de vraag of hogere energieprijzen werknemers zullen aanzetten tot het eisen van hogere lonen en bedrijven zullen aanzetten om hun verkoopprijzen te verhogen. Eventuele inflatie-overloopeffecten die verder reiken dan alleen de prijs van benzine zouden kunnen leiden tot renteverhogingen, hoewel er tijdens de komende beleidsvergadering op donderdag geen verandering wordt verwacht.
Na de publicatie van deze cijfers daalden Europese obligaties, omdat de geldmarkten speculeerden over mogelijke renteverhogingen binnen het jaar. Het rendement op de tweejarige Duitse staatsobligatie, die nauw verbonden is met het beleid van de centrale bank, steeg met zeven basispunten naar 2,64%, het hoogste niveau sinds 13 april.
Op donderdag 30 maart staat de vergadering van de ECB gepland, waar de besluiten over het monetair beleid zullen worden aangekondigd. Het is duidelijk dat de ECB de inflatieverwachtingen serieus neemt en maatregelen zal overwegen om deze ontwikkelingen aan te pakken en de prijsstijgingen onder controle te houden.






























































