De Revolutionaire Garde heeft in het geheim nieuwe kernen opgezet in Irak, gericht op het lanceren van aanvallen op Golfstaten die Amerikaanse strijdkrachten huisvesten. Deze cellen, bestaande uit ongeveer tien sjiitische elitestrijders, hebben al minstens zeven drone-aanvallen gelanceerd op faciliteiten in Koeweit, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten tussen 20 april en 17 mei.
Deze nieuwe cellen opereren buiten de commandostructuur van bestaande militienetwerken en rapporteren rechtstreeks aan de Revolutionaire Garde. Dit weerspiegelt een verandering in tactiek van de Garde, die probeert zijn macht in de regio te handhaven ondanks verzwakte bondgenoten en beperkte militaire en economische capaciteiten van Iran zelf.
Verschillende machtige sjiitische facties in Irak hebben aangegeven bereid te zijn zich te ontwapenen en zich op de binnenlandse politiek te concentreren om escalatie van conflicten met de regering en de Verenigde Staten te voorkomen. De Garde heeft daarom nieuwe groepen opgericht die kleiner, ideologisch strenger en strenger gecontroleerd zijn, om zo hulpbronnen te behouden onder economische druk.
De VS en Iran hebben een overeenkomst ondertekend om de oorlog te beëindigen, maar de steun van Iran aan “verzetsgroepen” blijft buiten de onderhandelingen. De Amerikaanse regering dringt er bij de Iraakse regering op aan om alle instrumenten van destabiliserende activiteiten van Iran in Irak te ontmantelen, inclusief terroristische milities.
De nieuwe premier van Irak en de Amerikaanse gezant hebben plannen besproken voor de ontwapening en ontmanteling van alle gewapende groepen die buiten staatscontrole opereren, om zo regionale vrede te waarborgen. Deze ontwikkelingen benadrukken de complexe geopolitieke situatie in het Midden-Oosten en de voortdurende strijd om invloed in de regio.






























































