Duitsland heeft besloten om de plannen voor de bouw van het grootste oorlogsschip sinds de Tweede Wereldoorlog te schrappen. Het miljardenproject, bekend als het F126-fregatprogramma, zou oorspronkelijk zes fregatten omvatten. Minister van Defensie Boris Pistorius heeft leidinggevenden uit de sector en hoge parlementsleden geïnformeerd over deze beslissing.
In plaats van de F126-fregatten te bouwen, is Duitsland nu van plan om acht kleinere Meko A-200-fregatten aan te schaffen. Deze stap komt als een grote klap voor defensiegigant Rheinmetall, die gehoopt had een belangrijke rol te spelen in het F126-fregatprogramma. Het bedrijf had een deal van €12,8 miljard gesloten voor de bouw van de fregatten.
Het besluit om de plannen voor de F126-fregatten te laten varen komt op een moment waarop Duitsland probeert een leidende rol te spelen in Europese defensie en veiligheid. Het land heeft enorme uitgaven gepland om het leger tegen eind 2030 opnieuw vorm te geven.
Het F126-fregat was bedoeld als een multifunctioneel oorlogsschip dat verschillende rollen kon vervullen, met een bijzondere nadruk op de strijd tegen onderzeeërs. Het contract voor de bouw van vier F126-fregatten was oorspronkelijk getekend met de Nederlandse scheepswerf Damen Naval, maar het project kampte met kostenoverschrijdingen en vertragingen.
Rheinmetall had gehoopt het F126-programma over te nemen en zijn technologieën te integreren in verschillende wapensystemen. Het bedrijf wordt echter geconfronteerd met toenemende irritatie van parlementsleden over de kosten en levertijd van de fregatten.
De grote vraag is nu wat er zal gebeuren met het eerste deel van het F126-fregat, waarvan de bouw al was gestart op de Wolgast-scheepswerf in het noordoosten van Duitsland. Rheinmetall weigerde commentaar te geven en het Duitse ministerie van Defensie heeft nog niet gereageerd op het nieuws.





























































