Apple heeft aangekondigd dat ze de prijzen van Mac-computers en iPad-tablets verhogen met een aanzienlijk bedrag. Volgens topman Tim Cook zijn deze prijsverhogingen het gevolg van stijgende componentkosten, waardoor aanpassingen in de prijzen onvermijdelijk werden.
De prijzen van de meeste Mac-modellen zijn verhoogd met 15% tot 20%, terwijl sommige iPads zelfs een prijsstijging van 25% hebben ondergaan. Zo kost de basis-MacBook Air nu $1.299, een stijging van $200, terwijl de MacBook Pro $300 duurder is geworden en nu $1.999 kost. De iPad Air is met $150 gestegen naar $749, en de iPad Pro is met $200 gestegen naar $1.199.
Voorlopig blijven de prijzen van iPhones ongewijzigd, maar Apple heeft wel laten weten dat prijsstijgingen in deze productcategorie niet uitgesloten zijn.
Achter de prijsstijgingen liggen de sterk gestegen kosten van DRAM-geheugens en NAND-opslageenheden, essentiële componenten voor computers, mobiele telefoons en tablets. De vraag naar deze chips is explosief toegenomen door de behoefte van AI-giganten om datacenters te bouwen. Hierdoor zijn de prijzen van deze chips in korte tijd verviervoudigd.
Micron Technology heeft onlangs indrukwekkende resultaten behaald en voorspelt dat de geheugenmarkt ook na 2027 krap zal blijven. Het bedrijf heeft meerjarige deals ter waarde van $22 miljard gesloten met grote klanten, wat aangeeft dat de vraag naar krachtig geheugen extreem hoog blijft.
De prijsstijgingen van Apple komen op een moment dat de chipmarkt wordt beïnvloed door de AI-revolutie, waarbij de strijd om chips niet alleen de waarderingen van halfgeleiderbedrijven verhoogt, maar ook de prijzen die consumenten betalen voor elektronische apparaten. Het is duidelijk dat Apple genoodzaakt is om de prijzen aan te passen vanwege de sterk gestegen componentkosten.





























































