De voorstellen voor de nieuwe meerjarenbegroting van de Europese Unie voor de periode 2028-2034 hebben tot intense controverse geleid. De bezuinigde landen van het Europese Noorden hebben openlijk hun verzet geuit tegen de beperkte bezuinigingen die zijn voorgesteld in het plan van bijna € 2 biljoen.
Het onderhandelingsdocument dat is ingediend door het Cypriotische voorzitterschap van de Raad van de EU voorziet in een reductie van slechts 2%, dat wil zeggen ongeveer 32,8 miljard euro, vergeleken met het oorspronkelijke voorstel van de Europese Commissie. Landen als Duitsland en Nederland zien deze reductie echter ver achter bij hun eigen eisen voor drastischer bezuinigingen.
De Nederlandse minister van Financiën Eelko Heinen noemde het voorstel financieel onhoudbaar, met het argument dat het de totale begroting te hoog houdt in een tijd waarin van de lidstaten wordt gevraagd moeilijke begrotingsbeslissingen te nemen. Volgens hem voldoet het plan niet aan de prioriteiten die de Unie de komende jaren zou moeten hebben.
De onderhandelingen staan onder grote tijdsdruk nu de regeringen van de 27 lidstaten tegen het einde van het jaar tot een akkoord proberen te komen. Er bestaat in Brussel bezorgdheid dat mogelijke politieke ontwikkelingen in Frankrijk na de presidentsverkiezingen van 2027 het aanzienlijk moeilijker zouden kunnen maken om tot een consensus te komen.
De meerjarige financiële programmering van de EU bepaalt de financiering van belangrijke beleidsmaatregelen, van landbouwhulp en regionale projecten tot innovatie-, infrastructuur- en ontwikkelingsprogramma’s.
Cyprus, dat de onderhandelingen leidt tijdens zijn zes maanden durende voorzitterschap, heeft geprobeerd een evenwicht te vinden tussen twee tegengestelde kampen. Aan de ene kant vragen zestien landen om meer geld voor landbouw en cohesie, terwijl aan de andere kant de zogenaamde ‘zuinige’ staten aandringen op aanzienlijke bezuinigingen.
De inspanningen van Nicosia om bredere politieke steun te verwerven, konden de terugslag niet voorkomen. Diplomatieke bronnen stellen dat sommige staten om verlagingen hadden gevraagd die zelfs tot 20% zouden kunnen oplopen, omdat ze het compromisvoorstel van het Cypriotische voorzitterschap onvoldoende vonden.
De keuze om de grootste bezuinigingen door te voeren op de fondsen die het concurrentievermogen, de innovatie en het externe optreden van de Unie financieren, wekte ook bijzondere wrevel op. De noordelijke landen betogen dat Europa meer middelen moet besteden aan nieuwe uitdagingen, zoals defensie, technologische ontwikkeling en industriebeleid, in plaats van de hoge uitgaven in traditionele sectoren te handhaven.
Daarentegen bleven de landbouwsubsidies en de regionale ontwikkelingsfondsen grotendeels afgeschermd van de bezuinigingen. Deze keuze bevredigde vooral de Zuid- en Oost-Europese landen, waaronder Italië, Spanje en Polen, die een grotere Europese begroting steunen.
Voorstanders van het voorstel van Cyprus wijzen erop dat de specifieke sectoren in het oorspronkelijke voorstel van de Commissie al aanzienlijke kortingen hadden gekregen. Tegelijkertijd benadrukken zij dat het nieuwe raamwerk voorziet in een sterkere verbinding van Europese financiering met de naleving van democratische regels en hervormingen in de lidstaten.
In een zoveelste stap om het Zuid- en Oostblok te versterken heeft het Cypriotische voorzitterschap een aanvullende financiering van 5 miljard euro voorgesteld voor vijftien landen met een inkomen per hoofd van de bevolking dat lager is dan 90% van het Europese gemiddelde. Dit zijn onder meer Griekenland, Portugal en de Baltische staten.
Er wordt voorgesteld deze aanvullende steun te financieren via een vermindering van de middelen uit het speciale EU-fonds dat wordt gebruikt om op crises te reageren en strategische prioriteiten te bevorderen. Critici van het voorstel beschouwen deze optie als een beperking van de flexibiliteit van de Unie om te reageren op onvoorziene uitdagingen in de toekomst.
Nu de top van de Europese leiders in aantocht is, blijven de meningsverschillen groot en lijkt de zoektocht naar een compromis lastig. Ondanks het feit dat het Cyprus-plan de basis vormt voor de volgende onderhandelingen, zijn verschillende lidstaten van mening dat de besprekingen nog lang niet tot een definitief akkoord zijn gekomen.





























































