De domesticatie van het paard vond duizend jaar eerder plaats dan we tot nu toe dachten, zo blijkt uit nieuw onderzoek. Voorheen werd gedacht dat wilde paarden ongeveer 4000 jaar geleden volledig gedomesticeerd waren, rond 2200-2100 voor Christus. Echter, onderzoekers van de Universiteit van Helsinki hebben ontdekt dat de relatie tussen mens en paard meer dan duizend jaar terug gaat. Paarden werden al gebruikt voor paardrijden, werk en handel lang voordat men dacht dat dit mogelijk was.
Het onderzoeksteam heeft DNA, archeologische vondsten en botresten gebruikt om de tijdsevolutie van het menselijk gebruik van paarden door de eeuwen heen te onderzoeken. Ze ontdekten dat er ooit drie verschillende paardenpopulaties leefden van West-Siberië tot Midden-Europa en dat pogingen tot domesticatie onafhankelijk van elkaar plaatsvonden in verschillende regio’s en populaties rond 3500-3000 voor Christus, misschien zelfs eerder.
De migratie van de Yamnaya-volkeren die rond 3100 voor Christus in de regio’s van het huidige Rusland en Oekraïne leefden naar Europa en Azië werd waarschijnlijk vergemakkelijkt door het toenemende gebruik van paarden. Deze snelle verspreiding, die zo’n 5.000 kilometer door heel Eurazië besloeg, werd mogelijk gemaakt door het vroege paardrijden dat hielp bij de verspreiding van mensen, technologieën zoals het wiel en misschien zelfs de eerste Indo-Europese talen.
Het belang van paarden in belangrijke historische ontwikkelingen is bijna onmogelijk te kwantificeren. Tegenwoordig zijn paarden voor veel mensen een bron van aantrekkingskracht, kameraadschap en vriendschap. Het begrijpen van de vroege stadia van de mens-paardrelatie en hoe deze unieke samenwerking begon, is daarom van groot belang.





























































