De recente anti-Israëlische retoriek van Erdogan is het gevolg van de vele conflicten en belangen die Turkije heeft in het Midden-Oosten. Erdogan heeft Israël en met name Benjamin Netanyahu regelmatig aangevallen vanwege de acties van Israël in Syrië en Libanon, die hij beschouwt als een directe bedreiging voor de veiligheid van Turkije. De betrekkingen tussen Turkije en Israël zijn de afgelopen jaren steeds meer verslechterd, met Erdogan die Netanyahu zelfs een “antisemitische dictator” noemde.
De spanningen tussen Turkije en Israël hebben voornamelijk te maken met de belangen van beide landen in Syrië. Turkije ziet Syrië als een gebied van strategisch belang en wil een beslissende rol spelen in de ontwikkelingen daar. Daarentegen heeft Israël nauwe banden met Griekenland en Cyprus, wat Turkije zorgen baart. Erdogan heeft ook kritiek geuit op de Israëlische activiteiten in het oostelijke Middellandse Zeegebied, waar Turkije sterke militaire mogelijkheden heeft.
De retoriek van Erdogan is niet alleen gericht op het versterken van zijn positie in de regio, maar ook op het bespelen van zijn binnenlandse publiek dat vijandig staat tegenover Israël. Daarnaast speelt de relatie van Turkije met de Verenigde Staten een belangrijke rol. Erdogan wordt versterkt door zijn goede banden met president Trump, maar deze relatie kan ook de bitterheid in de retoriek beperken.
Hoewel de kans op een militaire confrontatie tussen Turkije en Israël klein is, blijft de retoriek van Erdogan zorgen baren. Het conflict in het oostelijke Middellandse Zeegebied wordt gezien als het meest risicovol, met een grotere kans op escalatie. Erdogan’s ambitie om van Turkije een dominante regionale macht te maken, gecombineerd met zijn anti-Israëlische retoriek, zorgt voor toenemende spanningen in het oostelijke Middellandse Zeegebied en daarbuiten.





























































