De nieuwe Franse wetgeving die op 7 mei is aangenomen, opent een ‘venster’ voor de teruggave van Parthenon-fragmenten uit het Louvre aan Athene, zo betoogt advocaat en onderzoeker Katerina Titi in een artikel in Le Monde. Deze wetgeving, die als historisch en baanbrekend wordt beschouwd, stelt echter wel beperkingen. Zo geldt de wet alleen voor illegale verwervingen na 1815 en zijn er uitzonderingen voor archeologische werken die zijn verkregen via samenwerking of wetenschappelijk onderzoek.
Het Louvre Museum bezit verschillende fragmenten van het Parthenon, waarvan sommige al voor 1815 werden verkregen. Een van deze fragmenten, de Ergastine-plaquette, werd in 1792 door de revolutionairen geconfisqueerd en valt dus buiten de wet. Echter, een metope met de afbeelding van een centaur en een Lapithis die in 1818 werd verworven, zou mogelijk wel onder de wet vallen en teruggegeven kunnen worden.
De vraag rijst ook of voorwerpen die voor 1815 zijn geroofd en na die datum in publiek bezit zijn gekomen, onder de wet vallen. Katerina Titi merkt op dat de wet de verwerving van een voorwerp door diefstal of plundering als illegaal bestempelt, zelfs als de huidige eigenaar er niet van op de hoogte was. De beslissende datum is die van de opname van het fragment in openbaar bezit.
De terugkeer van de Parthenon-fragmenten is niet automatisch en vereist goedkeuring van het Louvre en andere nationale musea. Een speciale wet kan worden ingeroepen voor verzoeken die buiten het tijdsbestek van de wet vallen. Desondanks groeit de politieke wil om de situatie te veranderen, geïnspireerd door andere landen die al fragmenten hebben teruggegeven. Het is van groot belang om de herkomst van deze fragmenten grondig te onderzoeken voordat er een definitief oordeel kan worden geveld over hun teruggave aan Griekenland.





























































